Welvaartsmeting 2.0: invoering van nutsfuncties

In dit artikel voer ik een toevoeging aan op de huidige methode van welvaartsmeting. In mijn ogen speelt deze toevoeging adequater in op de behoeften van elk individu en leidt deze in veel gevallen ook tot een nieuw optimum (t.o.v. het oorspronkelijke welvaarts-maximaliserende evenwicht). Dit artikel is behoorlijk technisch en zal voor de ‘niet-economen’ mogelijk lastig te volgen zijn.

Welvaart 1.0

Een prijs komt tot stand door middel van vraag en aanbod (afbeelding 1).

Voordat er gekeken wordt naar welvaart, is het goed om de volgende begrippen te kennen:

Consumentensurplus (CS)= Het gebied dat zich onder de vraagcurve en boven het prijsniveau bevindt. Dit kan gezien worden als het totale voordeel dat behaald wordt door consumenten die aanvankelijk meer voor een product wilden betalen dan de uiteindelijke prijs was, maar dit niet hoeven te doen omdat de evenwichtsprijs uiteindelijk lager ligt.

Producentensurplus (PS)= Het gebied dat zich onder het prijsniveau en boven de aanbodcurve bevindt. Hiervoor geldt een vergelijkbaar principe, maar dan omgekeerd. Dit is het totale voordeel dat behaald wordt door producenten die aanvankelijk bereid waren een product voor minder op de markt te zetten, maar dit voor meer kunnen doen omdat de evenwichtsprijs hoger ligt.

Welvaart is de som van het consumentensurplus en het producentensurplus (welvaart = CS + PS) *.

Een van de taken van economen voor beleidsmakers is om uit te rekenen wat voor welvaartseffecten er op treden bij bepaalde beleidsaanpassingen. Hierbij:
– Prefereren economen een optie die de hoogste welvaart met zich meebrengt.
– Zijn economen politiek-neutraal: dit betekent dat zij indifferent zijn tussen twee opties, als beide opties een gelijk welvaartsniveau hebben.

Stelt u zich nu de volgende twee welvaartniveaus voor:
1) Welvaart (=100) = PS (100) + CS (0)
2) Welvaart (=100) = PS (50) + CS (50)

Als een econoom, gebaseerd op de eerder genoemde methode, hierbij zijn voorkeur zal moeten geven zal hij er niet uitkomen. Beide niveaus zijn nou eenmaal net zo hoog en politiek gezien is hij neutraal, dus doet de verdeling hem er ook niet toe.

Maar wat zegt een bepaalde hoeveelheid consumentensurplus of producentensurplus eigenlijk? Het is een opzichzelfstaand getal en vertelt niks over het nut** dat de betreffende consumenten en producenten eraan ontlenen.

Welvaart 2.0
In mijn ogen ontlenen consumenten en producenten wel degelijk een zeker nut aan de hoeveelheid surplus dat hen toekomt. De berekening van dit nut stel ik daarom voor als extra stap (na de huidige methode om welvaart te meten) om een ‘gewogen welvaart’ te berekenen.

Mijn voorstel:

Zoals hierboven aangekondigd is de volgende stap, nadat de oorspronkelijke welvaartsniveaus berekend zijn, het berekenen van het nut van de consumenten en de producenten aan de hand van de verkregen surplussen. Het doel hierbij is om dit totale nut te maximaliseren.

Dit nut is gebaseerd op de handelingen (aanschaf van goederen, investeringen of het gebruik als spaargeld) die een agent er in de toekomst mee kan verrichten. Aangezien de agenten preferenties hebben binnen het domein van alle mogelijke handelingen (een bedrijf zal een investering x preferenen boven investering y), zullen hun desbetreffende nutsfuncties dalen in groei (afbeelding 3).

Door deze daling in groei zal een extra eenheid surplus meer nut toevoegen aan een agent met (relatief) weinig surplus, dan aan die met (relatief) veel surplus.

Omdat het doel is het totale nut te maximaliseren, zal er daarom meer verdeling plaatsvinden tussen surplussen van beide partijen.

Even terug naar de twee hypothetische welvaartsniveaus. Eerst was de econoom nog indifferent tussen beide opties omdat deze hetzelfde welvaartsniveau met zich mee leken te brengen. Na de berekening van deze stap zal de econoom nu optie twee prefereren (aangezien de nutsfuncties dalen en het bereikte nut hier dus hoger zal zijn).

Implicatie
Door de toevoeging van deze stap zal er een nieuw evenwicht in welvaart bereikt worden, waarbij er in het optimum (door de afbuigende nutsfunctie) meer verdeling is tussen de verschillende partijen. Deze komen voort uit de implicaties van de in groei afnemende nutsfuncties.
Aangezien het erg lastig is een nutsfunctie voor een individu vast te stellen, is het nog lastiger hier een gemiddelde voor alle consumenten van te vinden. Vervolgonderzoek kan de focus leggen op het bepalen van nutsfuncties.

* Eigenlijk vallen inkomsten van de overheid ook onder welvaart. Deze heb ik er voor het gemak hier echter buiten gelaten.
** Zie ‘de kwantificering van geluk’ voor een verdere toelichting over het begrip nut.

Leave a comment