Tijdens de lessen statistiek in het eerste jaar van mijn opleiding economie, werd ik bekend gemaakt met de discrete- en de continue kansverdeling. De discrete kansverdeling is een verdeling met een eindig (of oneindig aftelbaar), n aantal uitkomsten. De continue verdeling heeft een oneindig aantal uitkomsten. Met de tweede valt de kans uit te rekenen dat een uitslag tussen twee waarden ligt. Toen ik mijn professor vroeg of het klopte dat een opzichzelfstaande gebeurtenis binnen de continue verdeling nauwelijks/niet zou kunnen bestaan (omdat de getallen achter de komma oneindig ver door gingen en de kans op dat evenement dus gelijk is aan 1/oneindig, wat erg dichtbij nul ligt.), antwoordde hij dat ik daarvoor naar de afdeling filosofie diende te gaan. Hier kon hij geen antwoord op geven.
In dit betoog zal ik toelichten waarom materie (al het tastbare om ons heen) niet zo eenvoudig valt te interpreteren als dat op deze manier reeds lijkt te gebeuren. Tegenwoordig lijkt men de wereld om zich heen te ervaren op een ‘discrete’, lees eindige manier. In mijn ogen is dit geen adequate beschrijving van materie.
De onderbouwing hiervoor zal ik hieronder toelichten door middel van de begrippen eindigheid en oneindigheid.
Een kenmerk van materie is dat elk stukje/elke eenheid materie een afmeting heeft.
Een kenmerk van afmetingen is dat ze eindig zijn
Er zijn echter twee richtingen waar eindigheid betrekking op heeft:
1) De eindigheid naar het grote, in mijn betoog naar buiten. Dit is al hetgeen dat zich in getallen voor de komma bevindt.
2) De eindigheid naar het kleine, in mijn betoog naar binnen. Dit is al hetgeen dat zich in getallen achter de komma bevindt.
De eindigheid naar buiten toe valt snel te bewijzen. Als een voorwerp niet eindig naar buiten zou zijn, zou het oneindig zijn, Dit zou betekenen dat er niks anders zou kunnen bestaan dan dat object. Denk hierbij aan een voorwerp dat in zowel de lengte, de breedte, als de hoogte een oneindige afmeting zou hebben. Dit is niet mogelijk.
Naar binnen toe blijkt deze eindigheid echter niet van toepassing te zijn. Er is namelijk geen argument waarom getal X, op Y plekken achter de komma, het ‘achterste getal’ van een afmeting zou zijn. In andere woorden; er is geen reden waarom een object eindig zou zijn naar binnen toe.
Neem het voorbeeld van een plank. Elke plank lijkt een bepaalde afmeting te hebben. Echter, is dit niet het geval. De getallen van een afmeting gaan oneindig lang door achter de komma. Na een eerste meting zou een plank 50,09 cm kunnen lijken. Een exactere meting zou de plank echter op 50,09142 cm kunnen inschatten. Echter, is ook dit niet de exacte afmeting aangezien een nog nauwkeurigere meting de afmeting nog beter, en dus verder achter de komma zou kunnen inschatten.
Bovenstaand proces kan eindeloos doorgaan.
Conclusie tot zover: een object is eindig naar buiten, maar oneindig naar binnen.
Dit betekent dat de manier waarop wij objecten waarnemen, als eindig verschijnsel, niet overeenkomt met de daadwerkelijke verschijnsvorm ervan. Wij leven dus niet in een ‘discrete’, eindige wereld zoals velen dit lijken waar te nemen.
Een ‘continue wereld’ geeft mogelijk een antwoord op dit probleem. Hier kan de afmeting van een object oneindig lang achter de komma doorgaan. Gezien mijn bovengenoemde betoog, lijkt dit van toepassing te zijn in de wereld om ons heen. Mocht dit zo zijn, dan zou dit betekenen dat objecten zich in een interval manifesteren, maar objecten op zichzelf niet kunnen bestaan.
Impressed!! Slimmerd!