Nog twee dagen en Nederland gaat weer naar de stembus. Bij de afgelopen verkiezingen in 2017 bevond ik mij in een groot dubio. Vrijheid heb ik hoog in het vaandel staan en daarmee geloof ik in een kleine overheid met een minimale hoeveelheid aan reguleringen. Tegelijkertijd vind ik het klimaat ook een belangrijk onderwerp. Ons huidige politieke landschap kent een groot gat op dat gebied. Er is namelijk geen enkele rechtse partij die een grondig klimaatbeleid hoog op de agenda heeft staan. In aanloop naar de afgelopen verkiezingen kreeg ik daarom grootse fantasieën over het oprichten van mijn eigen politieke partij: ‘Groenrechts’. Aangezien ik meerdere ambities heb en niet over de middelen beschik om een geheel nieuwe partij op te richten, blijft dit idee voorlopig slechts een wilde fantasie. Het toevertrouwen van mijn stem aan de juiste partij blijft daarmee echter nog steeds een lastig vraagstuk; focus ik op mijn politieke ideaal of vind ik het klimaat belangrijker?
Voor dit probleem heb ik een aanpak bedacht die hier een adequate oplossing voor biedt, zonder dat hier een nieuwe partij voor nodig is.
Twee weken geleden kwam Groenlinks-voorman Jesse Klaver met een onderzoek dat uitgevoerd is door het wetenschappelijke bureau van zijn partij. Hierin concluderen zij dat gemeentes invloed hebben op tenminste 34,7% van de landelijke CO2 uitstoot [1]. Zelf noemen zij dit nog een conservatieve schatting aangezien zij een aantal sectoren niet hebben meegenomen bij dit percentage. In mijn ogen is de conclusie die zij aan het onderzoek verbinden ietwat misleidend omdat zij geen indicatie geven van de mate van invloed die gemeentes hebben op deze 57.948.761 ton aan CO2 uitstoot.
Toch bracht het horen van dit bericht wel een zeker Eureka moment bij mij teweeg.
Bij het bepalen van de politieke partij waar ik mijn stem op uit ging brengen, nam ik voorheen alleen de centrum-rechtse politieke partijen in beschouwing. Dit gold voor de verkiezingen van alle bestuurslagen waarvoor wij onze stem voor uit kunnen brengen. Alleen deze partijen voorzien namelijk in mijn grootste (politieke) ideaal: vrijheid. Het Eureka moment deed zich voor toen ik besefte dat ik deze ‘stem-consistentie’ niet noodzakelijkerwijs hoef toe te passen op elke bestuurslaag.
Mijn aanpak is als volgt: bij de landelijke verkiezingen blijf ik ouderwets op het centrum-rechtse domein stemmen. Tegelijkertijd zal ik bij de gemeenteraadsverkiezingen naar links schuiven en op de meest groene partij (GroenLinks in dit geval) stemmen.
Door bij de landelijke verkiezingen trouw te blijven aan mijn politieke ideaal en bij de gemeenteraadsverkiezingen nadruk te leggen op een groener alternatief, komt alles wat ik belangrijk vind aan bod. Deze aanpak kent een dubbel effect:
- Mochten gemeentes een groenere gemeenteraad krijgen, zal er gelijk invloed uitgeoefend kunnen worden op 34,7% van de totale uitstoot. Zoals beschreven in het rapport van GrienLinks.
- Steeds meer mensen lijken de noodzaak van een duurzamer beleid in te zien. Stel dat Groenlinks een grote overwinning boekt bij de komende gemeenteraadsverkiezingen, dan zullen de rechtse bestuurders in Den Haag genoodzaakt zijn om ook een duurzamere weg in te slaan. Doen zijd dit niet, dan gaat dit mogelijk ten kosten van de hoeveelheid stemmen die zij in de toekomst binnen zullen halen.
De krachten die vanuit verschillende bestuurslagen tegen elkaar in werken hiermee, zullen tot een uitkomst leiden die veel overeenkomsten heeft met de kernpunten van GroenRechts.
Alleen de tijd kan uitwijzen of GroenRechts daadwerkelijk op zal rijzen. Tot dat moment zal deze aanpak zijn succes moeten bewijzen
[1] https://groenlinks.nl/sites/groenlinks.nl/files/Quickscan%20gemeentelijke%20invloed%20op%20de%20CO2-uitstoot.pdf