De toezichthouder als concurrentiemiddel

Twee weken geleden publiceerde de toezichthouder Autoriteit Consument en Markten (ACM) een nieuwsbericht waarin het aangaf de consumenten in Nederland in 2013 ruim €1,8 miljard heeft weten te besparen. Dit doet de ACM door er op toe te zien dat bedrijven voldoende met elkaar concurreren zodat de gehanteerde prijzen zodoende ‘eerlijk’ zijn. Inherent hieraan is de bestrijding van kartelvorming (waarin afspraken tussen bedrijven worden gemaakt om de onderlinge concurrentie te beperken). In de strijd tegen kartels heeft de ACM een breed scala aan methodes tot zijn beschikking. Een hiervan is de clementiewet. Eerst zal ik deze wet nader toelichten. Vervolgens zal ik aantonen hoe gewiekste bedrijven met deze wet hun concurrentiepositie kunnen verbeteren (met negatieve welvaartseffecten als gevolg).

De clementiewet
Door deze wet is het eerste bedrijf dat als klokkenluider naar de ACM stapt dat:
– Medeplichtig is aan het vormen van een kartel,
– Met doorslaggevende bewijslast komt,
– Van een voor de ACM nog onbekend kartel,
Geen boete verschuldigd. Aangezien dit een extra prikkel biedt om het kartel te doorbreken, werkt deze wet preventief. Aanvankelijk lijkt deze wet slechts een afname in kartelvorming teweeg te brengen. Echter, biedt het bedrijven ook een mogelijkheid hun concurrentiepositie te verbeteren.

Concurrentiepositie
Stel, bedrijf A (A) biedt een vergelijkbaar product aan als zijn concurrent bedrijf B (B). Beiden bedienen dezelfde markt en hebben winstmaximalisatie als doel. Vanuit dit doel is A erbij gebaat zijn concurrent op hoge kosten te jagen. Onder de sluier van wederzijds belang (en risico) wordt B benaderd om prijsafspraken te maken. Beide partijen verhogen hun prijs (naar het niveau dat een monopolist zou hanteren) en zien hun winst toenemen. Na enige tijd heeft A voldoende bewijsmateriaal bij elkaar verzameld om aan te tonen dat het samen met B prijsafspraken gemaakt heeft. Met dit bewijsmateriaal gaat het naar de toezichthouder om melding te doen. Omdat het een relatief jong kartel betreft, is de ACM er nog niet bekend mee. Ook is A het eerste bedrijf uit dit kartel dat aangifte doet en biedt het voldoende bewijslast. Gevolg: A wordt vrijgesteld van een boete. B daarentegen heeft geen aangifte gedaan en zal de volledige boete opgelegd krijgen. Hierdoor verbetert direct de relatieve concurrentiepositie van A ten opzicht van B.
Ook zal A, doordat het als eerste aan de bel getrokken heeft (en zo de kartel verbroken), minder imago-schade leiden dan B. Daar waar A nog ‘een goede daad’ heeft verricht, zal het imago van B slechts geassocieerd worden met hebberigheid en eigenbelang.
Naast de bovengenoemde effecten, kan het in extreme vormen zelfs voorkomen dat B als gevolg van de opgelegde boete failliet gaat. Dit kan voorkomen als de mate van concurrentie, voordat de prijsafspraken gemaakt werden, zeer hevig was. Stel dat A en B voor de afspraken zo sterk concurreerden met elkaar dat de prijs die zij voor hun product vroegen, (bijna) gelijk was aan de marginale kosten (dit zijn de kosten die er worden gemaakt voor het produceren van een extra eenheid product). In dit geval maakten beide bedrijven geen/nauwelijks marge. Na de opgelegde boete zijn er twee scenario’s voor B:
1. Om de hoge boete op te vangen, besluit het de prijs te verhogen. Doordat de concurrentie zo hevig is, besluiten alle consumenten om hun product bij A te kopen en zal B failliet gaan.
2. B ziet in dat het geen optie is om de prijzen te verhogen en behoudt dezelfde prijs als A. Omdat de marges bij dit prijsniveau nihil/zeer beperkt zijn, zal B niet in staat zijn aan de boete te voldoen. Ook hier schiet B tekort in zijn financiële verplichtingen en gaat het failliet.
Door het faillissement van B, is A nu monopolist. Zodoende zal het dezelfde prijs blijven vragen als dat het tijdens de prijsafspraak met B hanteerde. Ditmaal hoeft A de markt echter niet meer te delen met B.

De voordelen voor bedrijf A op een rij:
– In de periode van de prijsafspraken genereerde het hogere winsten.
– De relatieve concurrentiepositie tov B is verbeterd doordat B hogere kosten heeft waar tegen het produceert.
– De relatieve concurrentiepositie tov B is beter doordat het minder imago-schade leidt doordat het aan de bel trekt.
– (Extreem geval:) B kan niet meer voldoen aan zijn financiële verplichtingen en gaat failliet. Hierdoor wordt A monopolist en blijft het dezelfde prijzen hanteren, maar deelt het deze niet meer.

De totale effecten voor andere partijen zijn:
– Consumenten: gaan er op achteruit. Als er geen sprake is van de extreme situatie, is er in ieder geval tijdelijk sprake van verhoogde prijzen. Dit heeft een dubbel negatief effect: Ten eerste zullen minder consumenten het product kopen. Ten tweede betalen de consumenten die evengoed het product kopen een hogere prijs.
– Bedrijf B: Tijdens de verhoogde prijzen zal het gebaat zijn bij de extra marges. Echter, vervagen deze marges door de boetes die het vervolgens opgelegd krijgt. Ook zal het imago flinke schade ondergaan. In het standaard scenario zal B’s concurrentiepositie verslechteren. En in de extreme gevallen zal het failliet gaan.

Zoals geschetst is het spanningsveld waarop de clementiewet zich bevindt tweeledig. Enerzijds werkt het door de extra risico’s preventief en vergroot het de kans op doorbraak van huidige kartelvormingen. Anderzijds biedt het juist een prikkel tot het aangaan van kartels. Om op basis van deze argumenten te bepalen of deze wet levensvatbaar is, dient er getest te worden welke effecten zwaarder wegen. Aangezien bedrijven nooit zullen vertellen een kartel overwogen te hebben, zal een volledige weergave hiervan niet mogelijk zijn.

Mijn taak als klokkenluider van deze informatie zit er bij deze op. Nu maar hopen dat dit mijn imago ten goede komt..

One thought on “De toezichthouder als concurrentiemiddel

  1. Emil, erg goed geschreven.

    Krachtige tekst. Goede analyse.

    En helemaal leuke, verrassende clou: jij als klokkeluider.

    Een klein taaldingetje: zo sterk concurreerde met …

    Moet meervoud zijn: concurreerden

    xxx

Leave a reply to Peter Rijcken Cancel reply